|
Het Kabelrad
of Schachttoren van put nr. 11
Dit magistrale kabelrad is een beschermd bouwwerk dat 64m boven het domein uittorent. Op de top, die nu bereikbaar is met de Panoramalift, heb je een prachtig zicht op het landschap en kan je zien wat een gevolgen de mijnontginning heeft gehad op de omgeving: de woningen (de mijnwerkersbuurt), de terrils, de spoorwegen... Een geschiedenis- en aardrijkskundeles in open lucht.
Wat is het?
Het kabelrad is de metalen constructie die de mijnput overkoepelt. Het droeg vroeger de lift die de mannen, het materiaal en de lege en volle wagentjes naar de bodem van de put en weer omhoog bracht. De kabels van deze lift zijn extractiekabels en lieten de kooien in de put zakken. Ze rustten op de twee kabelwielen bovenaan en waren verbonden met de aandrijvingsmachine die zich in een gebouw ernaast bevond.
Een beetje geschiedenis...
In de 19de eeuw is put nr. 11 uitgerust met een machine voor horizontale ontginning, met 2 cilinders die veel minder hoog waren dan de huidige structuur. Het geraamte van deze machine ondersteunt twee platte katrollen, de "kabelwielen" die twee kabels teruggestuurden naar de put. De kabels worden ook in tegengestelde richting opgerold op de wielen: wanneer de ene kabel wordt opgehaald, gaat de andere naar beneden. Zo worden de twee kooien die aan de uiteinden bevestigd zijn omhoog en omlaag gebracht De kooien dienen om de kolen omhoog te halen en om mijnwerkers en materiaal te vervoeren. Een stoommachine levert de nodige energie.
Het huidige Kabelrad werd gebouwd in 1947. De nieuwe schachttoren, 64 meter hoog, werd in 1950 in gebruik genomen en op 8 september 1989 officieel beschermd. Het is een volledig metalen constructie. Met een "raster"-structuur waarvan de onderdelen werden samengevoegd met klinknagels. De "Société Cockerill", eigenaar en uitbater van de site, heeft het kabelrad ontworpen en er studie naar verricht. De uitvoering werd toevertrouwd aan de "Ateliers d'Enghien Saint-Eloi", de montage werd uitgevoerd door de "Ateliers métallurgiques AM", en bepaalde onderdelen werden gebouwd door de "Ateliers de Baume" (la Louvière) en de "Ateliers de Marpent" (Noord-Frankrijk). Dit nieuwe rad bevat twee kabelwielen, met een doorsnede van 6,90 meter, tegenover elkaar geplaatst in hetzelfde verticale vlak. Ze zijn voorzien van een groef en bestemd voor het gebruik van ronde stalen kabels; ze worden "Koepe-riemschijven" genoemd. Op elk uiteinde van de kabel was een extractiekooi bevestigd die 12 kolenwagens van elk 800 liter konden bevatten en samen zorgden voor een dagelijkse productie van 400 tot 560 ton. Dit kabelrad blijft het laatste overblijfsel van de steenkoolproductie in de streek Bergen-Borinage.
|